De bruiloft van Peleus en Thetis
Alle Goden waren op de bruiloft van Peleus, de koning van Phrygie, en Thetis, een zeenimf, uitgenodigd. Alleen Eris, de Godin van de Twist, werd niet uitgenodigd. Onuitgenodigd verscheen zij echter toch op de bruiloft, en gooide een gouden appel tussen de mensen. Op deze gouden appel stond geschreven: 'voor de mooiste'. Tussen de Godinnen onstond een strijd, want allen wilden de appel hebben. Aphrodite, Hera & Athene bleven over als kanshebbers en gingen naar Zeus om hem te vragen om tussen hen te kiezen. Zeus zei hen om naar Paris, een van de zonen van Priamus te gaan, zodat hij het besluit kon maken. Tot belediging van Hera & Athene, verkoos Paris Aphrodite tot mooiste van hun drie.
De ontvoering van Helena
Aphrodite begeleidde Paris naar Europa, waar hij te gast was bij Menelaus, koning van Sparta. Paris werd meerdere malen gastvrij ontvangen en verbleef regelmatig in Europa bij koning Menelaus. Op een dag ging Paris er echter, toen Menelaus niet aanwezig was, vandoor met de echtgenote van Menelaus, Helena. Paris ontvoerde haar, en nam haar, en meer kostbaarheden van Menelaus, mee naar Troje. Menelaus wilde wraak vanwege deze daad en bereidde een grote reis naar Troje voor. Metgezellen waren voor Menelaus niet moeilijk te vinden. De vader van Helena, Tyndareus, had een groep mannen die gekomen waren voor Helena's hand, een eed op laten leggen om zijn toekomstige schoonzoon altijd terzijde te staan. Deze mannen zou Menelaus dus nu volgen naar Troje, een stad in het noord-westen van Klein-Azie.
Op weg naar Troje
Een aantal bekende metgezellen van Melenaus waren: Achilles (zoon van Peleus en Thetis), Agamemnon (Melenaus' broeder, koning van Mycene), Aiax, Odysseus (koning van Ithaka) en Nestor (van Pylos). Op een afgesproken plek zouden zij verzamelen, en vanuit daar gezamenlijk uitvaren naar Troje. Daar gekomen besloten zij dat Agamemnon de opperbevelhebber zou zijn. Toen zij klaar waren om uit te varen bleek er echter geen goede wind te staan, en konden ze dus niet weg. Een ziener werd gevraagd om te achterhalen wat er de windstilte veroorzaakte. Het bleek dat de Godin Artemis de windstilte veroorzaakte, omdat zij boos was op Agamemnon, omdat deze tijdens zijn jacht een heilige hertekoe had gedood. Artemis eiste van hem dat hij zijn oudste dochter aan haar zou offeren, en dan zou zij hen verder laten reisen naar Troje. Agamemnon liet zijn oudste dochter, Iphigenia, overkomen uit Mycene met de smoes dat zij zou gaan trouwen met Achilles. Toen zij aankwam, en de ware reden van haar komen hoorde, stemde zij in met het offer dat zij zou gaan maken. Op het moment dat de priester met zijn mes het offer wilde gaan voltrekken, werd Iphigenia door Artemis opgenomen in een wolk. Hierna kon het gezelschap verder reizen naar Troje.
Twist tussen Achilles en Agamemnon
In het tiende jaar van de oorlog plunderde Agamemnon een tempel van Apollo. Hij ontvoerde de dochter van de priester, Chryseis. Chryses, de priester, smeekte Agamemnon hem zijn dochter terug te geve. Hij bracht Agememnon een grote losprijs mee, maar de hebzuchtige Agamemnon weigerde. Vol verdriet riep de priester Apollo aan, hem smekend hem te helpen om zijn dochter terug te krijgen. Apollo zond de Grieken de zwarte dood, de pest. Tevens bestookte hij hen met zjin pijlen.
Achilles wilde weten waarom de God zo kwaad op hen was en vroeg de waarzegger Calchas om hen te zeggen waarom Apollo zo kwaad was. Calchas vertelde hem, na te smeken voor bescherming jegens de persoon die hij aan zou wijzen, dat het Agamemnon was op wie de God zo kwaad was. Apollo was kwaad omdat Agamemnon Chryseis niet had terug gegeven aan zijn priester, Chryses. De enige manier om Apollo weer tevreden te stellen was door het meisje, Chryseis, terug te brengen naar haar vader, met offergaven voor de priester erbij. Agamemnon was kwaad op Calchas, die hem aanwees als verantwoordelijke, maar besefte tevens dat er geen andere oplossing was dan het terugbrengen van Chryseis.
Hebzuchtig als hij was stemde hij wel in om Chryseis terug te brengen, maar eiste hij tevens een geschenk van de Grieken om het verlies van Chryseis te compenseren. Achilles werd woedend, hem beschuldigend van hebzucht en het bestelen van zijn volgers. Toen Agamemnon van hem eiste dat hij zijn lievelingsslavin, Briseis, aan hem af zou staan, werd hij nog kwader. Hij stond op het punt om Agamemnon te doodden met zijn zwaard toen de Godin Athena van de Olympus neerdaaldde en haar hand op de schouder van Achilles legde. Zij verzocht hem om Agamemnons woorden met woorden te beantwoorden en zich te beheersen. Dat wat hij nu af zou moeten staan zou hij drievoudig terug ontvangen, mits hij zich beheerst. Achilles gaf gehoor aan het verzoek van zijn Godin. Hij zei tegen Agamemnon dat deze hem Briseis kon afnemen, maar dat hij niet langer deel zou nemen aan de strijd als hij dit deed. Hij beloofde hem dat er een dag zou komen waarop Agamemnon wroeging zou krijgen, wanneer honderden Grieken sneuvelen door Trojanen. Hij zou dan wroeging krijgen omdat hij de beste van de Grieken had veracht.
Agamemnon, koppig en hebzuchtig als hij was, nam Achilles toch zijn geliefde slavin Briseis af. Achilles huilde om het verlies van zijn slavin en smeekte tot zijn moeder, de Godin Thetis. Thetis kwam uit de zee naar hem toe en hoorde zijn smeekbeden aan. Hij vroeg haar om aan Zeus te vragen om de Trojanen te begunstigen in de strijd, om Agamemnong dwars te liggen en hem wroeging te doen krijgen. 12 dagen later ging Thetis naar Zeus om het verzoek van haar zoon naar hem over te brengen. Zeus stemde in met haar verzoek om de Trojanen te begunstigen, tot onvrede van Hera, zijn vrouw.
Op de proef gesteld
Zeus hielp Thetis en Achilles. Hij stuurde Agamemnon een droom. De droom vertelde Agamemnon dat hij van Zeus afkomstig was. Hij zei dat Agamemnon de grieken moest bewapenen en ten strijde te trekken om Troje in te nemen. Want, zo zei de droom, de Goden zijn het erover eens dat de tijd er nu klaar voor is.
De volgende liet Agamemnon het leger samen komen op het strand, waar hij hen toe sprak en heb op de proef stedet. Hij vertelde hen dat hij een droom had gehad afkomstig van Zeus. Hij vertelde hen dat Zeus zei dat de Grieken deze strijd niet zouden kunnen winnen en dat het tijd was om vol van schaamte te vertrekken en huiswaarts te zeilen. De krijgers, die moe waren van al het vechten, namen dit nieuws ten harte en stormden naar de schepen om huiswaarts te gaan.
De godin Hera zag het tafereel aan en besloot er iets aan tegen te doen. Zij zond Athene naar de Grieken om met Odysseus te praten. Athena zei tegen Odysseus dat hij de Grieken moest weerhouden te vertrekken. Odysseus zorgde ervoor dat de Grieken tot bedaren kwamen en rustig af wachtten wat de verdere bevelen van Agamemnon waren. Alleen Thersites luisterde niet en kwam in opspraak tegen Agamemnon, die volgens hem teveel van zijn manschappen eiste. Odysseus werd boos en zei hem zijn mond te houden en niet tegen zijn leiders in opspraak te komen. De verzamelde menigte lachte Thersites vervolgens uit.
Odysseus en Nestor spraken de menigte toe op het strand. Na de toespraak trok men zich terug om zich voor te bereiden op de strijd die zou komen.
Strijd
Toen de Grieken en Trojanen weer tegenover elkaar stonden kwam er een voorstel van de Trojanen; "Laat ons op een andere manier een oplossing vinden". Paris daagde Menelaus uit tot een tweestrijd om daar de oorlog mee te beslissen. De winnaar zou Helena krijgen.
In het tweegevecht had Menelaus de overhand. Toen Paris op het punt stond te verliezen greep Aphrodite in en redde hem door een wolk neer te laten dalen die Paris veilig terug de stad in voerde. Menelaus werd tot overwinnaar verklaart en eiste zijn 'prijs'. Op dat moment werd er echter vanaf de Trojaanse zijde een pijl afgevuurd. De pijl trof geen doel, maar werd beschouwd als verraad, waardoor de strijd weer losbarste.
Ook de Goden streden mee in de strijd. Aan de kant van de Trojanen stonden: Aphrodite, Apollo & Ares. Aan de kant van de Grieken stonden: Pallas Athene, Hera, Poseidon.
Agamemnon bemerkte echter al snel dat hij zonder de hulp van Achilles de strijd niet winnen kon.
De dood van Patroclus
Patroclus, vriend van Achilles, zag hoe wanhopig de toestand van de Grieken was. Hij smeekte Achilles weer deel te nemen aan de strijd. Toen Achilles weigerde, stak Patroclus zich in de wapenrusting van Achilles en leidde de Myrmidonen in de strijd. Patroclus zorgde ervoor dat het de strijd zich weer in het voordeel van de Grieken begaf. Hij werd echter in de strijd door Hector gedood.
Toen Achilles van de dood van zijn vriend hoorde, was hij buiten zinnen van verdriet. Hij wilde wraak op Hector. Achilles ging terug naar de Grieken. Agamemnon verwelkomde hem en gaf hem Briseis terug.
De dood van Hector
De Grieken trokken na de terugkomst van Achilles meteen weer ten strijde. Hector en Achilles kwamen tegenover elkaar te staan in een tweegevecht. Hektor ziet zijn dood aankomen en vlucht angstig voor Achilles. Achilles jaagt hem driemaal om de stad. Dan vindt Hektor zijn moed terug en gaat de confrontatie met Achilles aan. Hij vraagt Achilles om zijn lichaam na zijn dood aan de Trojanen te geven voor een eervolle begrafenis. Achilles weigert. Een gevecht volgt. Achilles verslaat Hektor. Hij bindt het dode lichaam van Hektor achter aan zijn strijdwagen vast en rijdt weg, Hektors verzoek tot een eervolle begrafenis negerend.
Priamus, de vader van Hektor, kon het niet aanzien dat zijn zoon onbegraven zou blijven. Hij ging naar het kamp van de Grieken en knielde voor Achilles neer om hem te smeken het lichaam van zijn zoon terug te geven. Achilles kreeg medelijden met de oude koning en schonk hem het lichaam van zijn zoon. Ook spraken zij een elf dagen durende rouwperiode af, waarin de strijd zou worden gestaakt.